De opticien

Deze column verscheen eerder in Het Parool.

Er stond een nieuw meisje achter de toonbank van mijn opticien. Een Vlaamse.

Ze vroeg: “Waarmee kan ik u van dienst zijn, mevrouw?”

Ik antwoordde dat ik een nieuwe bril nodig had. Niet te duur, want ik droeg hem alleen ’s avonds.
Ze kwam terug met een 3D-geprinte bril van 575 euro.

Ik fronste. “Is dit een van de goedkoopste?”

“Nee, nie echt. Ik heb me in alle eerlijkheid vergiest”.

Ik paste goedkopere brillen, maar ik vond de andere nu niet zo mooi meer als de dure. Het meisje stond erbij en keek wat verlegen naar hoe ik de brillen paste. Ze stond met haar buik tegen de toonbank, haar handen leunden op het blad.

“Werk je hier sinds kort?”, vroeg ik.
“Verplichte stage in Nederland. Jullie zijn heel vooruitstrevend op het gebied van lenzen.”

De eigenaar kwam erbij staan. “Begrijp ik goed dat jij alleen ’s avonds een bril draagt?”, vroeg hij. Hij zette grote ogen op. “Dan ga je toch zeker geen bril van 575 euro kopen?”

Hij liep met een paar passen de winkel door en greep vlug van meerdere wanden een paar monturen. “Allemaal leuke brillen en veel goedkoper”.

“Dit is een heel fijn brilletje, erg geliefd in San Francisco. Als je de ontwerper ziet verwacht je niet dat hij succesvol is, maar zijn brillen vliegen over de toonbank”.

Je ging zo’n bril met heel andere ogen bekijken. San Francisco stond me. En het montuur was nog meer dan de helft goedkoper ook.

“Wanneer wilt ge voor de oogmeting komen?”, vroeg de Vlaamse.

“Zo snel mogelijk”, zei ik.

“Dat wordt dan einde week, vrijdagochtend. Schikt da?”
Er zat ruis op de lijn.

De baas wuifde haar weg achter de computer. “Schuif ‘ns op. De mevrouw die nu bij Dennis zit heeft echt geen drie kwartier nodig. Ga maar tegen Dennis zeggen dat hij opschiet. Dan hoeft mevrouw Hoogenberk niet terug te komen.”

De Vlaamse keek nu verbaasd. “Da meent ge toch nie?”
“Waarom niet? En of ik dat meen. Dennis moet opschieten”.

“Maar da kan ik toch zeker nie zeggen, é?”

“Tuurlijk wel. Je zegt: schiet eens op, Dennis!”.

Het meisje keek nu naar mij. Ik gaf geen sjoege.
Daarna liep ze verdwaasd naar Dennis. Ze vroeg hem mee naar buiten te komen en fluisterde iets in zijn oor.

“Je moet Belgen goed aansturen”, zei de eigenaar. “Toch een heel andere cultuur”.

 

Advertenties